Gastreaksionair Tristan Voskuilen las een boek en vond er wat van
Meermaals heb ik met genoegen kunnen meegluren in de betogen, stellingen en essays die De Reaksie sieren. Hoewel ik een asceet ben wat de sociale media betreft, doen de diepgang en structuur in de teksten die aangeleverd worden in mij een behoefte om bij te dragen opborrelen. Voordat ik dit uitgebreider wil doen, wil ik u graag met mij laten kennismaken. Niet op de ouderwetse manier, middels een goed gesprek bij de kassa, aan de bar of na college, maar op een wat modernere, anoniemere wijze.
Graag wil ik namelijk mijn mening delen over een boek waarvan ik recentelijk de inhoud tot mij heb genomen. Dit boek draagt de titel “Wijsheid”, en omvat de gedachtegangen van Paul Verhaeghe. Hoewel ik volledig onbekend ben met deze schrijver, is dit boek mij toevertrouwd door de goedheiligman en had het zich toch in mijn leeslijst weten te wurmen. Een korte blik op Wikipedia legde voor mij een intieme burgeroorlog binnen de faculteit Geesteswetenschappen van de universiteit Gent bloot. Van wat mijn lekenbrein ervan begreep was Verhaeghe een aanhanger van de klassieke psychoanalyse, waaraan meerdere pseudowetenschappelijke haken en ogen hangen. Deze wijze van onderzoek werd aangevallen door Maarten Boudry, die als een scepticus het niet kon nalaten om paradoxen, tegenstrijdigheden en nog meer bewoordingen voor discrepantie vast te stellen in de stellingen van Verhaeghe.
Maar enfin, men moet toch de kunstenaar van het werk kunnen scheiden; kunst leeft immers een ander leven dan de mens. Het boek “Wijsheid” levert namelijk wel een interessante stelling: wij worden alsmaar slimmer, maar de wijsheid blijft achterwege. Het eerste herkenbare onderscheid dat wordt gemaakt is dat tussen wetenschappelijke “slimheid” en ethische “wijsheid”. Dit onderscheid kent vele vormen (“Alpha/Beta/Gamma”, “pragmatisch/ theoretisch”, “kwantitatief/kwalitatief”) en deze vormen kunnen naargelang de context en het gewenste communicatieve doeleind andere kenmerken, kwaliteiten en grenzen omvatten. Zo kan wiskunde in de context van opleidingen comfortabel als Beta bestempeld worden, maar zijn de bevindingen die uit de wiskunde voortvloeien eerder theoretisch dan pragmatisch.
In de context van dit boek is “slimheid” de harde, meetbare en seculiere wetenschappelijke methode. De “meten is weten” aanpak heeft de wetenschap en in het verlengde daarvan de mens veel geschonken, maar ons tegelijkertijd ons afhankelijk gemaakt van slimheid. Vragen waar (nog) geen antwoord op is blijven onbesproken, ietwat verketterd en zullen vanzelf opgelost worden zodra we daaraan de tijd en energie kunnen besteden. “Wijsheid” daarentegen is het achtergebleven kind van de wetenschappelijke ontwikkeling, dat zich juíst buigt over de vragen die geen knip en klaar antwoord kunnen hebben. Cultuur, kunst en religie zijn hierin de methodes om wegen te tonen door ethische/esthetische/religieuze vraagstukken. Daarbij toont het nooit “de” weg, enkel mogelijke wegen.
De concluderende stelling is dat alle kennis die we nodig hebben om tot de juiste beslissingen te komen aanwezig is; maar dat de wijsheid om deze kennis correct toe te passen lijkt te missen. We weten wat klimaatverandering veroorzaakt, toch laakt de wil om er wat aan te doen. De mensheid produceert genoeg voedsel om de wereldbevolking meermaals te voeden, maar toch zijn hongersnoden aan de orde van de dag. De wetenschappelijke inzichten zijn er, de wijsheid om deze toe te passen missen.
Het boek vertelt hiermee een duidelijk en sympathiek verhaal. We moeten als mensheid wijzer worden; beter nadenken over hoe en wanneer wij onze kennis toepassen en dan kan de mensheid alle huidige problemen oplossen. Dit gevoel doet mij denken aan de theorie van het “einde van de geschiedenis”; doordat de Koude Oorlog afliep met de val van de Berlijnse muur, en de ideologische strijd tussen Oost en West, zou er een einde komen aan de roerige oorlogen, revoluties en onmenselijkheden die de pagina’s van menig geschiedenisboek met bloed doordrenkten. Niks bleek minder waar. Eveneens lijkt Verhaeghe een vergelijkbare oplossing voor te leggen; zolang wij ons maar meer bezighouden met wijsheid, een vorm van kennis die zich kenmerkt door vragen die niet een uniek antwoord hebben, kan de mensheid onze huidige problemen oplossen. Hierin schuilt een paradox; door vragen te onderzoeken die geen eenduidig antwoord hebben, vinden we alle antwoorden.
Met deze lens worden een aantal andere tegenstrijdigheden in Verhaeghes boek duidelijk. Zo wordt op pagina 134 benoemd dat wij ons moeten verlossen van een aantal opvattingen, waaronder “de misvatting dat wij buiten de natuur zouden staan en straffeloos kunnen ingrijpen waar en wanneer het ons uitkomt.”. Toch wordt twee pagina’s later, op 136, benoemd dat “Gebaseerd op wat ik lees bij bevoegde wetenschappers (voornamelijk klimatologen en biologen), is het duidelijk dat we weten wat ons te doen staat, waarbij we mogen hopen dat we de systeemverandering nog kunnen stopzetten.”. Hoewel het inhoudelijk moeilijk is om oneens te zijn met de laatste quote, is het toch moeilijk deze te verenigen met de eerdere quote. Waarom zouden we ervan moeten uitgaan dat nu ingrijpen niet zonder onvoorziene gevolgen zou plaatsvinden?
Deze onvoltooide redenaties doen helaas af aan de boodschap die Verhaeghe wil afleveren; wij hebben als mensheid zelfbeschikking over de kennis en kunde die vergaard is. De slimheid die met alle aandacht in de afgelopen millennia gecultiveerd is, staat ons allen ter beschikking. Het probleem is dat de wijsheid zich daarentegen niet collectief opbouwt, zoals slimheid dat wel doet. Wijsheid is een individuele eigenschap; het wordt vergaard aan de hand van persoonlijke ervaringen, introspectie en zelfreflectie. Dit staat in contrast tot het cumulatieve karakter van slimheid, die opgebouwd wordt middels discussie, reproductie van experimenten en gezamenlijk onderzoek.
Dit boek is, voor mij, een geluid dat bij mij gehoor vindt. Ik ben het niet eens met alle redenaties en frames die gebruikt worden. Mijn eigen “wijsheid” strookt niet met die van Verhaeghe. En juist daarom is het voor mij een interessant boek. De lens waardoor ik naar de wereld kijk is niet dezelfde als de lens waarmee Verhaeghe naar de wereld kijkt. Toch ligt de werkelijkheid nog herkenbaar tussen deze twee frames in. In een tijd waarin de kleinste verschillen tot conflict kunnen leiden, lijkt het mij wijs om altijd door een andere lens naar dezelfde werkelijkheid te trachten te kijken.
De standpunten van gastreaksionairen zijn niet noodzakelijkerwijs representatief voor die van de Redaksie

In afwachting van uw reaksie verblijven wij