
Activisten zijn altijd hypocriet. Dat is een beroepsafwijking, en daar kunnen ze dan ook niet zo veel aan doen. Om je volledig aan één zaak (of ‘struggle’ of Kampf) te kunnen wijden, moet je je niet laten afleiden door alle andere zaken, struggles en Kaempfe. Een strijd tegen ‘onrecht in het algemeen’ werkt nou eenmaal niet voor een activist. De praktische bezwaren alleen al zijn legio: als je ieder onrecht aan het licht wil brengen zou je een weeshuis moeten beroven om aan genoeg lakens voor je spandoeken te komen, zou je eigenlijk niets meer van de supermarkt mogen kopen (misschien ook niet van een lokale boer want wie weet stemt die wel verkeerd) et cetera et cetera. En als je het domweg nalaat om het wereldonrecht te specificeren, maar ‘er gewoon in het algemeen zeg maar tegen bent’, neemt niemand je serieus.
Zogenoemde ‘what about thisms’ vind ik daarom een beetje flauw, het domein van GeenStijl, wijlen Robert Jensen en Erik van der Burg. Hypocrisie is het kruis dat de activist met enige trots moet dragen. De meest bewonderenswaardige activisten zijn dan ook eerlijk over hun one–issue-levensstijl: ik ben kwaad over déze zaak, en iemand anders moet zich om één van die andere zaken druk maken.
Wie zichzelf geen activist noemt leeft echter onder strengere morele wetten. De Reaksie is bijvoorbeeld geen actiegroep, maar vervult als underground denktank een broodnodige waakhondfunctie in een flegmatische samenleving. Om die reden strijden wij wel tegen onrecht in het algemeen, of in ieder geval algemeen onrecht aan de voormalige gemeenteuniversiteit van Amsterdam. Daarom vraag ik, als nederige vertegenwoordiger van onze redaksie, uw aandacht voor een blinde vlek onder de Amsterdamse studentenpopulatie. Waarom wordt er nergens vreedzaam gedemonstreerd, niets bezet en gemolesteerd, met de eis om de banden met Amerikaland te verbreken?
Nu heb ik lange tijd geleefd onder wat Marina Tulin e.a. (over wie later meer) ‘de illusie van wetenschapsdiplomatie’ noemen, namelijk de overtuiging dat onze universiteit ernaar moet streven contact met universiteiten in ieder land te onderhouden. Door uitwisseling van kennis en personen met universiteiten in ons vijandige of ronduit diabolische landen door te zetten, zouden we een soort venster naar die landen open kunnen houden. Voor mij was die gedachte niet gebaseerd op een naïef geloof in het bestaan van wereldwijde academische onafhankelijkheid, maar was het meer een ideaal. Ook als, om maar iets te noemen, de Universiteit van Moskou volkomen doordesemd zou zijn van Doeginknuffelaars, is het volgens die filosofie waardevol om die mensen af en toe te spreken – in de al dan niet ijdele hoop hun bubbel lek te prikken.
Dergelijk idealisme is in de discussie over banden tussen onze universiteit en Israël echter weggestorven, en heeft ook voor mij een wat vieze bijsmaak gekregen. Tulin schreef in juni 2025 met een aantal andere docenten van FSW een brandbrief aan het CVB, ondertekend door 1500 andere medewerker, waarin ze stelde dat ‘de vergaande verwikkeling van Israëlische universiteiten en Israëls kolonialisme en militaire industrie niet met dialoog opgelost kan worden’. In ander woorden: het heeft geen zin om de bubbel van Israëlische academici door te prikken, want het is geen bubbel van bellenblaas maar een iron dome.
Helaas konden Tulin e.a. me niet verblijden met concrete voorbeelden, afgezien van een verslag van de Tilburg University (voorheen bekend als de KUT) waaruit alleen blijkt dat hun Israëlische partners niet openstonden voor constructieve kritiek. Gelukkig gaat De Reaksie wat grondiger te werk dan menig sociaal wetenschapper, en haalden we in Reaksie #004 al aan dat de Israëlische minister van onderwijs naar believen docenten mag ontslaan die hem politiek niet welgevallen.
Wanneer je te maken hebt met kennisinstellingen die als pedant verlengstuk van de lange arm van een fascistische overheid dienen, is wetenschapsdiplomatieinderdaad een illusie. Om diezelfde reden werkt de Universiteit Leiden, de enige plek waar je sinologie kunt studeren, niet langer samen met het Chinese Confucius Instituut, een weiche Macht organisatie van de Communistische Partij van China. Waar het Confucius Instituut helaas nog één dependance over heeft in Groningen (wellicht profiterend van zijn afgelegen ligging), is er in Nederland geen spoor meer te vinden van de Russkiy Mir Stichting, onderwijsinstellingen die Poetin gebruikt om imperialistische propaganda te verspreiden. Het weren van dat soort organisaties is alleszins verstandig: De Reaksie heeft zelf zijn banden met het Turkse Yunus Emre instituut juni vorig jaar verbroken.
Dat is allemaal leuk en aardig, denkt u misschien, maar gaat het niet een beetje ver om ‘disclose, cut ties and divest’ ook op Amerikaanse universiteiten toe te passen? De schutspatroon van de vrije wereld pleegt toch geen genocide, zoals Israël, China en Rusland dat wel doen? Nee, er wordt momenteel geen volkerenmoord gepleegd in Amerika (er ís wel een volkerenmoord gepleegd door Amerika), maar wel schendt Trump II de internationale rechtsorde als een kind dat kaarten jat bij Monopoly, en heeft het bovendien de uitdrukking ‘iemand te icen’ verpest. En, zoals ik u zojuist al vertelde, De Reaksie strijdt tegen onrecht in het algemeen, of in ieder geval algemeen onrecht, en dus niet alleen tegen genocidaires. Er is meer kwaad in de wereld.
Sterker nog, ik vermoed dat de verklaring voor dat er geen anti-Amerikaanse sit-ins zijn op de voormalige gemeenteuniversiteit ligt in de ongemakkelijke situatie dat de hedendaagse academische wereld eigenlijk één groot Amerikaans Confucius Instituut is. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het internationaal academisch verkeer volledig gericht op Amerikaanse universiteiten, en huppelt Europa daar jolig achteraan. We dansen naar de pijpen van de Francis Fukuyama’s en Timothy Snyders van de wereld, of ze handelen in onzin of niet: als Amerikanen gestudeerd hebben, hebben ze altijd gelijk. De bijvangst is dat we allerlei Amerikaanse discussies en concepten ‘geïmporteerd’ hebben (als u mij een VVDisme toestaat), die soms zonder aandacht voor lokale verschillen op Nederland toegepast worden. Steeds vaker hoor je in Nederlandse collegezalen over ‘ras’, terwijl ik dacht dat alleen Midas Dekkers en Yernaz Ramautarsing nog in mensenrassen geloofden.
Het lijkt me dus geen slecht idee om die Amerikaanse wetenschapstraditie eens kritisch onder de loep te nemen. Dan zou ook duidelijk worden dat zelfs het concept ‘break the ties’ uit de Verenigde Staten is komen overwaaien, wat het wellicht verder bemoeilijkt om een breuk met juist dat land voor te stellen. Postkoloniale terminologie is volledig Engelstalig, wat tot absurditeiten lijkt als de gebrekkig vertaalde teksten in de nieuwe Kartinizaal. Als onze universiteiten het een paar jaar zonder Amerika zouden moeten doen, zien we wellicht de noodzaak in van een eigen taalgebruik om onrecht mee te signaleren, aan te kaarten en te bestrijden.
Daarom roep ik u op in onze moerstaal: verbreek de banden met Amerikaanse universiteiten! De Reaksie is te cynisch, intelligent, en laten we wel wezen, te lui om het Maagdenhuis te kraken of verontwaardigd AT5 te woord te staan. Maar aan de eventuele ontheemde activist stel ik voor om onder zijn keffiyeh een Venezolaanse tricoleur te dragen, en alvast een bondmuts uit Nuuk te bestellen.
Nie wieder faschismus, moedig achterwaarts, stapje voor stapje naar een betere wereld!
Scherprechter
De standpunten van hoogleraar konijnenfokken aan de Raheem al-Metternich Universität P.P.C.C.V. Scherprechter zijn niet noodzakelijkerwijs die van De Redaksie

In afwachting van uw reaksie verblijven wij