Er bestaat eigenlijk maar één slag mensen aan wie ik me heviger kan ergeren dan aan communisten, en dat zijn filosofen. Sebastiaan Valkenburg is zo iemand. U kunt hem kennen als winnaar van de Theodor Award, een prestigieuze prijs binnen de steeds kleiner wordende vriendengroep van Theodor Holman, die de prijs overigens ook bedacht heeft. Valkenburg zal bij Holman in de smaak gevallen zijn vanwege zijn bijdragen aan de kruistocht tegen politieke correctheid, de heilige oorlog van Sri Theo van Gogh. Kruisvaarders als Valkenburg slaan door in hun kritiek op linkse bekrompenheid en zijn helaas het debat daarover gaan domineren. Hoe kun je als links persoon andere linkse personen nog aanvallen als je dan meteen in het kamp van Valkenburg, Holman of Sjeng Scheijen belandt?
Die treurige omstandigheden hebben me in de eigenaardige positie gebracht dat ik u gerust wil stellen over het rode gevaar. De aanleiding van mijn schrijven is een column van Valkenburg in FD over ‘de eeuwige terugkeer van het communisme’. Eeuwig. Alsof het een onuitroeibare plaag betreft, iets als een hardnekkig ongedierte als de bedwants of het christendom. Dat terwijl het communisme nauwelijks één eeuw geleden voor het eerst in praktijk gebracht is, en je het wat mij betreft pas eeuwig kunt noemen als er op de universiteit in het jaar 2726 nog steeds studenten met Castro-petjes rondlopen (wat ik betwijfel). Die kop geeft veel weg over hoe akelig Valkenburgs column is, waarin de door het lot gefêteerde lezers van FD bang gemaakt worden voor de verkeerde dingen.
De column is een reactie op een lezing van oude viezerik Ilja Leonard Pfeijffer in Belgenland, waar hij zijn publiek geprobeerd zou hebben lekker te maken voor het geloof der kameraden. Valkenburg was er zelf geloof ik niet bij, maar wist desondanks te vertellen dat Pfeijffer daar zei dat het communisme ‘welbeschouwd (…) nooit echt uitgeprobeerd [was]’, en een pleidooi afstak voor een ‘radicale herverdeling, op een manier die de rechtsstaat wél respecteert’.
Dat geflirt van Pfeijffer vind ik eigenlijk zo gek nog niet, hooguit een beetje puberaal voor een meneer van achtenvijftig. Je kunt natuurlijk, als je daar tijd voor en zin in hebt, wat bakkeleien over de vraag of het communisme ooit echt uitgeprobeerd is – volgens het orthodox marxisme was Rusland in 1917 bijvoorbeeld nog niet klaar voor de revolutie. En die opmerking over rechtsstatelijke herverdeling is misschien naïef, maar dromen van een idylle komt meestal voort uit een goede plek en ook een viespeuk als Pfeijffer mag dromen.
Onze wijsgeer vond dat allemaal wel zeer kwalijk. Had Pfeijffer nog nooit van de kampen gehoord? Hij haalt Solzjenitsyns boekjes over de Goelag-archipel aan, dat ‘velen van hun wereldbeeld [genezen]’ zou hebben. Daar vermeldt hij niet bij dat Solzjenitsyn een rabiate nationalist was en warme banden onderhield met Vladimir Poetin. Een gedachtespinsel van Solzjenitsyn dat zijn weinig sympathieke wereldbeeld demonstreert: de joden zaten achter de Sovjet-Unie. Wel vermeldt hij dat Pfeijffer niet voor herverdeling mag pleiten omdat hij een palazzo bezit in Genua. En hypocrisie is verboden als je links bent.
Na zijn bespreking van Pfeijffer draaft Valkenburg nog wat verder door, vermoedelijk omdat hij zelf ook wel doorhad dat de aanleiding van zijn kritiek wat dunnetjes was. In de aard van het schrijverschap zou een bepaalde hang naar het communisme liggen: ‘Communisme is de politiek van het onbeschreven blad, hetzelfde blad dat schrijvers zo goed kennen’. Zowel communisten als schrijvers scheppen nieuwe werelden, maar waar eventuele slachtoffers in hun boeken fictief zijn, zijn ‘de miljoenen slachtoffers van het communisme (…) levensecht’. Dat vergeten schrijvers soms, zegt Valkenburg.
Die bizarre theorie onderbouwt Valkenburg nauwelijks. Hij weet naast Pfeijffer geen adequate hedendaagse voorbeelden te bedenken. Hij komt alleen op de proppen met Gustaaf Peek (ook een hypocriet, want hij leeft van een familielegaat), die inderdaad veel van de internationale strijd in zijn boeken verwerkt. Toch kun je Peek moeilijk representatief noemen voor een schrijversgeneratie, al was het maar vanwege zijn onbekendheid. Zijn marginaliteit moge blijken uit het feit dat hij een van de sprekers was op het poëziefestival van de Revolutionair Socialistische Partij afgelopen januari.
Oh ja, Valkenburg noemt ook Anja Meulenbelt, die als voormalig SP-kamerlid eigenlijk meer politicus dan schrijver pur sang is. Met haar 81 jaar behoort ze bovendien toch echt tot een lang reeds irrelevante generatie. En als schrijvers uit de vorige eeuw ook thuis zouden horen in Valkenburgs analyse, vraag je je weer af waarom hij veel bekendere voorbeelden als Cuba-ganger Mulisch niet aanhaalde.
Kortom: nagedacht heeft Valkenburg niet, ondanks het feit dat hij daar volgens zijn beroepsomschrijving zo van houdt. Hij heeft een tendentieuze, alarmistische column geschreven, die elke schrijver potentieel verdacht maakt als vijfde colonne van een land dat al meer dan dertig jaar niet meer bestaat. Het communisme is niet terug, en als het terug is dan merk je het wel, in het beste geval door erover te lezen in een kwaliteitskrant, in het slechtste geval doordat je kop gesneld wordt. Ook als u tot het selectieve gezelschap behoort dat Valkenburgs mening hoog heeft zitten, kunt u vanavond dus in ieder geval gerust naar bed.
Vrijmoedige groet van Paul Scherprechter.
P.S. Waar moet u dan wel bang voor zijn? Het fascisme zeker? Ja, wees vooral waakzaam voor fascisme want dat zit in alle hoeken en kieren (sportscholen, bordspellen, dat soort ongein). Ik voel echter niet dezelfde behoefte als Thomas von der Dunk om daar elke week voor te waarschuwen in één of andere Gülenistische sensatiekrant. Het echte gevaar neemt niet de vorm aan van één -isme en is te pluriform om in een enkele column uit de doeken te doen: het is de flegmatiek, het amerikanisme, boulderen, de ontlezing, het sterven van lieve diertjes in de bio-industrie en het stemmen op de Partij voor de Dieren. Bij De Reaksie trekken we liever niet aan de alarmbel – maar reageren we wel op geluidsoverlast.

In afwachting van uw reaksie verblijven wij