Reaksie #028

Gastreaksionair Mano Delea vindt iets van de term ‘slaafgemaakten’

Er is één geschiedenis maar er zijn vele manieren om geschiedenis te schrijven. Als we het hebben over macht, invloed en geschiedschrijving dan komen we al snel op de vraag wie het het narratief bepaalt. Om hier wat meer helderheid in te brengen gebruik ik vaak het vertrekpunt van ‘parallelle levens en verweven verbondenheid’ (parallel lives and intertwined belonging) gemunt door Nimako en Willemsen. Het idee hierbij is dat hoewel er één geschiedenis is, de herinneringen en ervaringen uit deze geschiedenis zeer verschillend kunnen zijn. De fysieke plekken in de geschiedenis kunnen zelfs dezelfde zijn maar toch zeer verschillende herinneringen en ervaringen opleveren. Denk bijvoorbeeld aan witte Europeanen en zwarte Afrikanen en hun posities tijdens de slavernij; in de forten aan de West-Afrikaanse kust, op de schepen die voeren vanuit Afrika naar de West en op de plantages in de Amerika’s en het Caribisch gebied. Vanwege de verschillende ervaringen en herinneringen zijn vragen rondom het gekozen narratief zeer belangrijk. Hierbij kan gedacht aan vragen met betrekking tot wie er wordt vertegenwoordigd en welke actoren een rol spelen in het gekozen narratief. Hierbij spelen keuzes in taal ook een grote rol, zoals het gebruik van ‘tot-slaaf-gemaakte’ of ‘slaafgemaakte’ in plaats van ‘slaaf.’

De essentie van het verschil tussen slaaf en slaaf-gemaakte is de onveranderlijkheid van de positie waarin iemand zich bevindt. Het gebruik van ‘slaaf’ impliceert dat dit een vast onderdeel is van iemands identiteit in plaats van iemands situatie. Het gebruik van ‘slaafgemaakte’ staat stil bij het feit dat het een positie was waar iemand in kon belanden en waaruit men ook weer kon ontsnappen, vergelijkbaar met iemand die gegijzeld is. Met andere woorden, het woord slaaf-gemaakte houdt rekening met het handelingsvermogen van de persoon die zich in de slavernij bevindt. Let wel, het gaat hier niet alleen om beleving en semantiek maar net zo goed om de materiële historische feiten en hun vertegenwoordiging in bijvoorbeeld maatschappelijk debat. Ter illustratie, trans-Atlantische chattel slavery (hierna: slavernij)is een belangrijk onderdeel geweest van de geschiedenis van de staatsformatie van Nederland. Toch is zij is eeuwenlang gemarginaliseerd en nauwelijks onderdeel geweest van academisch onderzoek en publieke geschiedenis in Nederland.

Het rekening houden met het handelingsvermogen van de slaafgemaakte is belangrijk omdat slavernij en verzet twee kanten zijn van dezelfde medaille. Niemand geeft zich immers vrijwillig op om in de slavernij te belanden. Hetgeen intrinsiek betekent dat slavernij gepaard gaat met geweld en de dreiging van geweld. In dit licht geeft de term slaafgemaakte meer ruimte voor historische nuance dan de term slaaf: Afrikanen in Afrika waren vrije individuen voordat ze van hun vrijheid werden beroofd op het Afrikaanse continent. In het Engels wordt hiervoor het woord captured gebruikt. Ze waren tevens captured tijdens de Atlantische overtocht en werden pas slaafgemaakt toen zij aankwamen in één van de Amerika’s of in het Caribisch gebied. Hierbij hebben meerdere denkers, zoals onder andere Walter Rodney, opgemerkt dat een groot gedeelte van de mensen die captured waren en getransporteerd werden nooit in slavernij terecht zijn gekomen. Dit kwam onder meer doordat Afrikaanse captures ontsnapten, zelfmoord pleegden of tijdens de overtocht verdronken, nog voordat ze aankwamen op de plantages in de Amerika’s.

Het belang van de keuze tussen ‘slaaf’ of ‘slaafgemaakte’ wordt tevens duidelijk als men stilstaat bij het feit dat  slaafgemaakten voor de afschaffing van de slavernij nauwelijks tot geen invloed hadden op de informatievoorziening over de slavernij. Tegen de tijd dat de slavernij werd afgeschaft waren zij al bestempeld (letterlijk en figuurlijk), vertegenwoordigd en verkeerd vertegenwoordigd. Er bestaat een lange traditie waarin die eenzijdigheid qua narratief werd bekritiseerd en gecorrigeerd door denkers als Anton de Kom en Otto en Hermina Huiswoud, hoewel daar vele decennia nauwelijks aandacht aan is besteed binnen de Nederlandse samenleving. De eenzijdigheid qua semantiek en het belang van taal voor het narratief werd in het Nederlands ter discussie gesteld aan het begin van deze eeuw. Het sloot aan op een langere traditie in de Engelstalige wereld waar men al een geruime tijd het woord enslaved gebruikte in plaats van slave. Dit ging overigens om alle vormen van slavernij. Bij de trans-Atlantische slavernij was het onderscheid niet louter een uitkomst van een semantische discussie; het ging om de essentie en het proces van kennisproductie. Dit verschil werd voor het eerst erkend door de Afrikaans-Trinidadaanse historicus C.L.R. James.

In Nederland werd het verschil tussen ‘slaaf’ en ‘slaafgemaakt’ grotendeels benadrukt door Nederlandse nazaten van de trans-Atlantische slavernij met een Surinaamse of Nederlands-Caribische achtergrond, die de afgelopen halve eeuw een steeds prominentere plaats hebben opgeëist binnen de Nederlandse samenleving. Via meerdere sociale bewegingen werd er succesvol een nationaal slavernijmonument en een nationaal instituut rondom het slavernijverleden, genaamd het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee), opgericht. Zo werd een Nederlandse slavernijgeschiedenis een geschiedenis die, paradoxaal genoeg, naarmate die verder in het verleden lag, juist meer aandacht kreeg. Hoe langer de afschaffing geleden was, hoe meer de nazaten van slavernij wilden weten over de feiten met betrekking tot de ervaringen en leefwereld van hun voorouders. Pogingen om het hoofdstuk rondom het Nederlandse slavernijverleden te sluiten werden hiermee overwonnen door acties om deze juist bevragen en te kijken hoe hier mee om te gaan.

De term ‘tot-slaaf-gemaakte’ is voor het eerst gebruikt in een Nederlandse publicatie door de historicus Frank Dragtenstein in zijn boek uit 2004 getiteld Trouw aan de Blanken, Quassie van Nieuw Timotibo, twist en strijd in de 18e eeuw in Suriname. Dragtenstein introduceerde ‘tot-slaaf-gemaakte’ als een vertaling van het Engelse woord enslaved dat al veel langer werd gebezigd in de Engelstalige wereld. Aangezien de betere optie ‘verslaafd’ al bezet was voor het beschrijven van een ander fenomeen binnen de Nederlandse taal werd er destijds gekozen voor ‘tot-slaaf-gemaakte’. Zoals Nimako, Abdou en Willemsen opmerkten was dit helaas geen woord maar bijna een volzin. Om de situatie iets verlichten heb ik samen met Esajas en Nimako in eerder onderzoek uit 2020 gekozen voor het kortere ‘slaafgemaakte.’ Het kortere slaafgemaakte wordt overigens ook door veel andere Nederlandstalige auteurs gebruikt en hierbij wordt dikwijls stilgestaan bij het feit dat een slaafgemaakte in sommige gevallen zichzelf middels manumissie kon bevrijden en soms ook door anderen vrijgekocht kon worden.

De aanduiding ‘slaafgemaakt’ is overigens nog steeds vrij lang en zodoende niet ideaal. Wellicht is er een beter alternatief voorhanden in de nabije toekomst als toevoeging aan het Nederlandse lexicon of wellicht voldoet enslaved als leenwoord uit het Engels als toevoeging aan de vele Engelse leenwoorden die reeds onderdeel uitmaken van de Nederlandse taal.   



In afwachting van uw reaksie verblijven wij