Reaksie #020

Zoetermeer, 12 december 2025

Beste Graaf Macula,

Dank voor uw brief. Voor ik van wal steek, wil ik u graag meegeven dat een archaïsche aanhef als ‘weledelgestrenge’ in de betere kringen gezien wordt als een pompeuze compensatie voor een platte geest. Verder beloof ik af te zien van dergelijke argumenta ad hominem – waar u overigens ook een handje van heeft – en probeer ik me tot u te richten op niveau. 

U schreef me in verband met een verzoek van de heer Van Eck, een tamelijk vrijpostig verzoek als u het mij vraagt. Uw enthousiasme voor zijn actie is mij vreemd, omdat, hoe graag u het ook schijnt te willen, De Reaksie geen politieke organisatie is. Ik hoef u vast niet aan het debacle met die ondersteuningsverklaringen voor de aanstaande Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen te herinneren.

De eerlijkheid gebiedt me echter te vertellen dat mijn terughoudendheid in het steunen van een initiatief van de Activistenpartij, waarvan Van Eck de Grote Leider lijkt te zijn, grotendeels uit angst geboren is. Uw verwijzingen naar mijn comfortabele positie in de gegoede burgerij zullen de anonieme meelezer wat vreemd overgekomen hebben, maar zijn natuurlijk terecht. Ondanks het feit dat ik de pen heb van een volksschrijver par excellence, en juist uw nom de plume afkomstig van een negentiende-eeuws gymnasium klinkt, heb ik inderdaad ‘veel te verliezen bij verregaande nivellering’.  

Wat de eventuele meelezer ook nog niet wist, is dat ik om die reden jaren geleden terecht gekomen ben op een lijst met ‘klassenvijanden’ van de ter ziele socialistische studievereniging Jan Romein, waar mijn naam tussen Sander Schimmelpenninck en Lee Towers stond. Dat was een onaangename ontdekking, waar ik nog altijd een schichtige houding ten aanzien van marxisten van ieder allooi aan over gehouden heb. Uw uitweiding over de misdaden van de bolsjewiki en geestesverwanten dunkte me dan ook volkomen juist. Misschien nomineert het Metternich collegium ú dit jaar wel voor de Abraham Kuyper-bokaal die ik afgelopen zomer met gepaste trots in ontvangst mocht nemen.

Enfin, een goede vriend verdient dat ik mijn angsten overwin en op zijn vraag in ga. Bovendien kon ik de heer Van Ecks sportieve reaksie op uw brief (ondanks zijn in feite invasieve inmenging in onze intieme correspondentie) wel waarderen. Ik zal dus kort mijn opvattingen over het plan Van Eck uiteenzetten.

De merkwaardigheden van Van Ecks verkiesbaarstelling zijn mij al sinds enige weken bekend. Walter [red. huidige Künstler im Residenz] had een flyer van de campagne voor me meegenomen, en vroeg me wat ik ervan vond. ‘Het is een mooie actie, Reaksiefähig haast’, antwoordde ik hem, ‘maar ik ben het wel met ieder standpunt van de heer van Eck oneens’. Ik zal ook u, mijn macula immaculata, vertellen waarom ik me niet achter ‘het marxistische schrikbewind’ van Van Eck kan scharen aan de hand van de beloftes op zijn flyer. Ik heb daarbij zelf de moeite genomen die beloftes van nummering te voorzien, aangezien de heer Van Eck of zijn vormgever daar te beroerd voor was. Ook heb ik de moeite genomen de tekst voor u naar het Duits te vertalen, omdat ik weet dat die taal u beter ligt dan het Engels van het origineel.

‘Wenn Carlos gewählt wird, würde er

1. Das bestehende Verspechen des CvB einhalten, keine Kooperationen mit Israelischen Partnern einzugehen.

2. Sich bei den Studierenden und Mitarbeitern entschuldigen, die im Auftrag der UvA von der Polizei brutalisiert wurden.

3. Die anhaltende Wohungskrise und im gleichen Maße ihre Auswirkungen auf internationale und niederländische Studierende ansprechen.

4. Sicherstellen, dass alle Studierenden auf allen Campussen der Universität Zugang zu günstigem Essen haben.’

Bij punt 1 en 2 vraag ik me hoofdzakelijk af waarom Van Eck degene moet zijn die zijn eisen doorvoert. Als er al een belofte bestaat van het CvB om geen samenwerkingen met Israël aan te gaan, waarom moeten die dan ingewilligd worden door een student geschiedenis die het uitbreken van de wereldrevolutie (waar blijft die toch?) een steuntje in de rug wil geven? Daarnaast lijkt het me vreemd als Van Eck zijn excuses gaat aanbieden aan die in elkaar getimmerde kinderen: dat lijkt me meer een taak voor Edith Hooge, die met de staart tussen de benen vertrokken is naar een andere bestuursschnabbel.

Punt 3 is geformuleerd alsof het benoemen van een probleem voldoende is om dat probleem op te lossen – overigens ook een beproefde Sovjet-truc. Het is hopeloos naïef om te denken dat de UvA de wooncrisis op kan lossen, en onzin dat het de verantwoordelijkheid draagt om onderdak aan zijn leerlingen te verschaffen. In Amerika is dat wel zo, daar heb je campussen, maar in Amerika studeren wij gelukkig niet. Dat vergeet de Activistenpartij af en toe.

Punt 4 valt wat voor te zeggen: als ik aan klassenvijanden zou doen, plaatste ik Lin en Rick [red. de uitbaters van Smeer ‘em, de kantine in het PCH] bovenaan mijn lijst. Die instemming verdwijnt bij mij helaas zodra ik andere betaalbare kantines voor de geest haal. Wie wel eens voor een paar euro een gehaktbal in een voetbalkantine gegeten heeft (zo eentje waar ze half Artis ingeperst hebben), weet dat de UvA-studenten JHWH en PPCCV op hun blote knieën zouden moeten bedanken voor de liters Matcha en Argentijns oliesap die ze dagelijks achterover slaan.

Maar om de inhoud van de agenda Van Eck was het u natuurlijk niet te doen. U wilde weten of ik ook vind dat de UvA moet democratiseren. In een latere brief wil ik het graag met u hebben over uw Titoïstische fantasieën over democratische bedrijven, maar eerst stel ik graag een wat flauwe vraag: is de UvA niet al voldoende gedemocratiseerd?

Ik doel dan met name over de selectieprocedure van het College van Bestuur. U schrijft terecht dat de voorzitter gekozen wordt door de Raad van Toezicht, die op zijn beurt weer verkozen wordt ‘uit een poule van managers’. Die voorstelling strookt maar ten dele met de werkelijkheid. Als u de huidige samenstelling van de RvT even opgezocht had, zou u inderdaad een redelijke vertegenwoordiging van het MBA-canaille aangetroffen hebben, maar zeker zoveel wetenschappers. U bent het er toch vast wel mee eens dat wetenschappers de beste toezichthouders zijn van een universiteit? Bovendien weet ik zeker dat het feit dat Jolande Sap in de RvT zit u kan bekoren, aangezien zij de hele reden is waarom u ooit besloten heeft links te worden.

Overigens had ik, zoals Van Eck met verve deed in zijn reaksie op uw brief, uw kritiek op de RvT kunnen kaltstellen door te wijzen op de ‘literaire traditie’ waar u binnen schrijft (sophisme par association). Gevallen kruisvaarder Arthur van Amerongen schreef bijvoorbeeld op GeenStijl dat hij ‘zich een hoedje schrok’ toen hij zag wie er in de raad zaten. Hij stoorde zich er bijvoorbeeld aan dat er ‘twee mohammedanen’ in de club zaten, en vond het ‘bijzonder opvallend dat er geen enkele jood in de RvT en het CvB van de UvA zit en dat is natuurlijk best vreemd, voor een diverse en inclusieve universiteit met een zeer rijk joods verleden.’. Van Amerongen wist hoogleraar Lukszo ook nog eens te beschuldigen van Sinofobie – een gemiste kans voor onze Graaf?

Maar ik zou me tot u richten op niveau. Dan rest mij alleen u uit te leggen dat de leden van de RvT, of het nou managers, wetenschappers of racisten zijn, aangesteld worden door de Minister van OCW. En die minister is een vertegenwoordiger van een democratisch verkozen partij. Die partij kan u misschien niet welgevallen, maar het rooster van aftreden van de RvT is zo georganiseerd dat ieder jaar een nieuwe plek vrijkomt. Geen kabinet kan dus een definitieve stempel drukken op de raad. Wel is het jammer dat in de praktijk onze regeringen door VNO-NCW-fascisten gedomineerd worden, maar ja, ‘jammer’ is wat we slikken in ruil voor vrije verkiezingen.

Dat de RvT door de duistere grillen van de markt of iets dergelijks verkozen zou worden (zoals men uit de volledige afwezigheid van informatie over hun selectie in uw stuk misschien zou concluderen) is in ieder geval niet waar. Voor nu is mijn vraag vooral of u hiervan op de hoogte was, en zo ja, welke concrete vormen van democratisering binnen de universiteit u zich voorstelt. Dan kunnen we de actie van Van Eck overwegen.

Strijdbare groet,

Scherprechter

P.S. Is er een reden dat u Maria Theresia en Faber Ferrarius buiten deze discussie houdt? Het komt namelijk niet alleen oncollegiaal, maar ook ondemocratisch over.



In afwachting van uw reaksie verblijven wij