Reaksie #019

Triggerwarnung: Depression, Suizid, Churchill

Er zijn ontelbaar veel manieren om over een depressie te schrijven, maar de meesten beginnen met een metafoor. Misschien omdat het makkelijker is om iets ongrijpbaars te beschrijven wanneer je het verpakt als een stolp, een wolk of een hond die trouw met je meeloopt. Sylvia Plath had bijvoorbeeld zo’n stolp, Churchill een zwarte hond; anderen spreken over mist, zwaarte, of een kamer zonder ramen. Zelf zoek ik al ruim twaalf jaar naar een taal voor mijn depressie, die elke herfst begint en pas in het voorjaar weer verdwijnt. Mijn innerlijke monoloog is dan wel eindeloos, maar vooral niet literair. Daarnaast spreken mijn gedachtes zichzelf constant tegen: het ene moment wil ik niet meer leven, het andere moment ben ik bang om te sterven. U begrijpt: ik ben weinig consequent, zelfs in mijn wanhoop.

Ik heb al eerder geprobeerd hierover te schrijven, maar durfde dit niet in de hoedanigheid als mijzelf. Gelukkig mag Maria Theresia wel een winterdepressie hebben. Zij is tenslotte een redaksionele fictie; kwetsbaarheid kleeft minder hard aan een pseudoniem. Bovendien vereist schrijven voor De Reaksie geen discipline, routine of grote wilskracht.

Misschien vraagt u zich nu af of niet iedereen een beetje last heeft van een winterdepressie. Net zoals iedereen tegenwoordig een beetje op het autismespectrum zit en iedereen een beetje gay is. Dit soort universele ‘iedereen-heeft-het-wel-een-beetje’-denken werkt trivialiserend. Ik voel een bijna missionaire drang om mensen te vertellen dat een dip(je) geen depressie is. Dat bagatelliseren ertoe leidt dat mensen die wél depressief zijn gaan twijfelen aan hun eigen ellende.

Wat is een winterdepressie dan wel? In het kort komt het erop neer dat mijn biologische klok volledig uit de pas loopt met de buitenwereld. Er is een ‘desynchronisatie van het circadiane ritme.’ De opname van daglicht, melatonine en serotonine schijnen allemaal dramatisch slecht geregisseerd te zijn in mijn lichaam. Maar, ik ben geen dokter. Mijn ouders werken dan wel ‘in de zorg’, maar dat geeft De Reaksie nog geen medische bevoegdheid. Voor echte informatie verwijzen wij u graag door naar de website van het AMC. 

Omdat officiële bronnen echter weinig praktische antwoorden geven, wend ik me tot online ervaringen. In een Reddit forum voor seizoensgebonden depressie lees ik of naar de andere kant van de wereld verhuizen om de winter te vermijden helpt (antwoord: ja), en welke daglichtlamp ik moet aanschaffen (antwoord: ze werken allemaal niet). Waar Reddit geen antwoord op heeft is waarom ik agressief word van kerstverlichting, waarom mijn vrienden na twaalf jaar nog steeds denken dat een winterdepressie iets met temperatuur te maken heeft, en of breien écht een vorm van natuurlijke antidepressiva is, of gewoon propaganda van de wolindustrie. 

Na jaren van niets ondernemen – het ging immers altijd net wel, en zodra de lente begon was ik mijn depressieve halfjaar alweer snel vergeten- ging het vorig jaar echt niet meer. Ik ging naar de huisarts en naar de psycholoog, slikte een kruidenmiddeltje en kwam met veel moeite de winter door. Deze zomer raakte ik in paniek, want zodra de zomer voorbij is begint ook mijn depressie weer opnieuw, en daar had ik op z’n zachtst gezegd ‘echt geen zin in’. Ik wist dat antidepressiva een optie waren, maar zag mezelf niet als iemand die antidepressiva zou nemen. Of beter gezegd: ik zag mezelf nog steeds niet echt als iemand met een depressie. Depressieve mensen, dat zijn de anderen, niet ik. Nu besef ik dat dat onzin is. De ‘anderen’ die ik ken, zijn mensen met verslavingsproblemen en ontwrichtende depressies, bij wie iedereen met een beetje mensenkennis meteen begrijpt dat ze depressief zijn. De meeste depressieve mensen maskeren echter hun depressie.

Onlangs sprak ik met mijn studieadviseur, die na een gesprek van circa twintig minuten over hoe mijn persoonlijke situatie mijn studie belemmert, opmerkte dat het lastig is dat je aan mensen niet kunt zien dat ze depressief zijn, dat ik zo vrolijk overkom en het waarschijnlijk heel goed maskeer. Dankuwel, Doetsje. 

Sinds dat gesprek kijk ik anders naar mensen. Soms vraag ik me af hoeveel van hen onopgemerkt met hetzelfde worstelen. Zo stond ik laatst twee dagen op een conferentie, waar ik met een stuk of honderd mensen sprak. Bij bijna iedereen vroeg ik me af of ze misschien ‘stiekem’ depressief waren, of ze weleens aan zelfdoding dachten, en of iemand van hen het uiteindelijk ook daadwerkelijk zou doen. Geen prettige manier om naar mensen te kijken, kan ik u verzekeren.

U zult begrijpen: ik ben toch maar aan de antidepressiva gegaan. De eerste twee weken waren misschien wel de zwaarste van mijn leven: constante paniekaanvallen, dissociaties en de komst van gedachtes die volgens de bijsluiter ‘zeer zelden’ voorkomen. Ik stond op het punt te stoppen, tot het ineens beter ging. Ik kon weer eten, naar buiten, en zelfs glimlachen. Toen een vriend vroeg hoe het nu ging, antwoordde ik: ‘Ik wil niet meer dood, dus goed, denk ik.’ Een soort vooruitgang waar niemand je op voorbereidt.

Maar helaas, de doodswens keerde later in afgezwakte vorm terug, meer als herinnering dan als instructie. Vervelend, maar niet zorgwekkend genoeg om er iets aan te doen. Het is een gekke geruststelling om een uitweg te hebben. Een soort agency in een situatie die machteloos voelt. Toch begrijp ik waarom mensen blijven slikken. Medicatie geeft me net voldoende capaciteit om te douchen, mijn kamer op te ruimen als het écht moet, te eten, naar werk te gaan en soms zelfs om vrienden te zien.

Toen de gewenningsweken eenmaal achter mij lagen, maakten mijn paniekaanvallen langzaam plaats voor onverschilligheid. Het is alsof mijn nieuwsgierigheid collectief ontslag heeft genomen en niets me nog prikkelt. Ik probeer het nog steeds: ik lees boeken met depressieve personages, kijk documentaires waarin iedereen het slechter heeft dan ik, maar mijn hoofd staat op winterstand. Tot studeren kan ik mij al helemaal niet meer zetten, gek genoeg wel tot dit stukje, waar ik nu al ruim twee weken over doe. Traag maar gestaag.

Over een maand of vijf is het alweer lente. Dan ziet u me weer lachen alsof ik niet de helft van het jaar een stolp boven mijn hoofd heb. Tot die tijd schrijf ik in onregelmatige frequenties voor De Reaksie, meestal vanuit bed, gewikkeld in een deken, vergezeld door mijn zwarte hond.

Blijf gezond,

namens De Reaksie,

Maria Theresia

Mocht u dit stukje slordig vinden: solliciteren als medisch adviseur van De Reaksie mag altijd.



In afwachting van uw reaksie verblijven wij